-
Title
-
Fonds RHODIUS
-
fr
fonds RHODIUS
-
nl
Fonds RHODIUS
-
de
Fonds RHODIUS
-
en
Fund RHODIUS
-
Description
-
GESCHIEDENIS VAN ARCHIEFVORMER EN ARCHIEF Georges RHODIUS 2. GESCHIEDENIS De papieren, in dit fonds bewaard, hebben betrekking op de aktivieiten van dhr. G. Rhodius, erereservemajoor. Deze werkzaamheden omvatten de periode van de Tweede Wereldoorlog en de onmiddellijke na-oorlogse periode. Rhodius, geboren in 1899, speelde reeds een rol in de Eerste Wereldoorlog. Hij was toen lid van de inlichtingendienst; de zgn. dienst "Bresil". In 1915 behoorde hij ook toe tot één van de weinige verzetsgroepen van dat ogenblik en opereerde in de streek van Godinne. Door de bezettende overheid werd hij toen tweemaal veroordeeld. Hij verbleef respectievelijk 8 dagen en 3 weken in de gevangenis. Vanaf januari 1940 deed hij dienst als reserveluitenant in het XIIIe battalion G.V.C.E. en werd op 30 mei 1940 krijgsgevangen genomen. Hij verbleef in het kamp van Brasschaat tot zijn vrijlating op 10 juni 1940. Zijn normale werkzaamheden - een familie-export zaak Comexol, voornamelijk met de toenmalige kolonie Congo - kon hij niet verder zetten. Hij werd secretaris van het Nationaal Instituut voor Sociaal Dienstbetoon aan de Gezinnen der Militairen - N.I.S.D.G.M.- O.N.S.S.F.M.- Oeuvre National de Service Social aux Familles de Militaires. Hij hield zich ook bezig met het hergroeperen van militairen en jongeren, tot eind 1941, toen de bezetter deze vergaderingen verbood. In het midden van 1942 begon hij aan de organisatie van het plaatsen van joodse kinderen in de Homes van Eprave, Jamoigne, en Sugny. In 1943 was hij medestichter van de groep generaal Neefs, die het Koninklijk Paleis zou vernietigen , in geval van een Duitse terugtocht. Deze organisatie werd opgegeven na de deportatie van de Koninklijke Familie. Sinds 1943 hielp hij ook mee aan de uitbouw van een geheime inlichtingendienst. Gevangengenomen omwille van een zaak waar hij niets mee te maken had, verbleef hij in de St. Gillis- gevangenis van 10 januari tot 4 april 1944. In juli 1944 nam hij de directie op van het ‘Fonds Spécial Princesse Jean de Mérode’. 9 Dit fonds - met behulp van het Ministerie van Financiën - gaf een clandestiene betaling aan families van werkweigeraars, van personen die in Engeland verbleven enz. Tijdens de bevrijding nam hij actief deel aan de bevrijding van Leuven. Na de oorlog zetelde hij in het Consultief Comité der Gevangenissen. Dit comite moest haar advies geven voor een al dan niet toe te kennen genademaatregel voor incivieken. In dit comite heeft hij steeds blijk van oprechtheid en moed gegeven bij het verdedigen van kleine en grote gevallen. Hij was lid van diverse patriotische organisaties, zoals : - Nationaal secretaris van de UFAC 1940-45 - Schatbewaarder-secretaris van CNRCB - Lid van C.N.C.A.B en van de Etats Généraux des Anciens Combattants" - vertegenwoordiger van de oud-strijders in diverse commissies, zoals het C.C.G. en de Commissie Lebert (interministeriële Commissie belast met de studie van de situatie der oud- strijders.) - Lid van de “ Commission de contrôle pour Résistants civils" Daar er in de papieren nogal wat sprake is van de N.I.S.D.G.M. is het nuttig een kort overzicht te geven van deze organisatie1. Vooraf dient gezegd dat deze dienst reeds bestond in 1939 en als opdracht had in te springen - waar nodig was- bij familie van gedemobiliseerden. Tijdens de bezetting had de dienst- buiten de gekende officiele functie- een belangrijke klandestiene aktiviteit. Vanaf 11 juni 1940 kwamen een aantal officieren, soldaten en jongeren op straat op het Hoofdbureau te Brussel met de bedoeling die clandestiene aktiviteit te bevorderen. Op 1 augustus 1940 werd een autonome sectie opgericht: ASSISTRA, die voortdurend in contact stond met het Geheim Leger. De clandestiene activiteiten kan men onderverdelen in twee groepen : - de sporadische: verbergen van parachutisten, vluchtelingen, gezochte journalisten, enz. - de gecoördineerde: hieronder dient vermeld te worden: o de dienst A.A.A.: bescherming van joden en werkweigeraars o Speciaal fonds Princesse J. de Mérode, die betalingen deed o De kinderhome’s o De actie voor gevangen burgers De actie voor gevangen burgers werd sinds 1940 geleid door de vice-presidente van NISDGM, mevr. Derscheid en haar echtgenoot, gefusilleerd in 1943. 1 zie dossier Rhodius doos XII. G. RHODIUS, L'Oeuvre Nationale de Service Social Aux Familles de Militaires, Gembloux, sd, 138 p. 10
-
nl
GESCHIEDENIS VAN ARCHIEFVORMER EN ARCHIEF Georges RHODIUS 2. GESCHIEDENIS De papieren, in dit fonds bewaard, hebben betrekking op de aktivieiten van dhr. G. Rhodius, erereservemajoor. Deze werkzaamheden omvatten de periode van de Tweede Wereldoorlog en de onmiddellijke na-oorlogse periode. Rhodius, geboren in 1899, speelde reeds een rol in de Eerste Wereldoorlog. Hij was toen lid van de inlichtingendienst; de zgn. dienst "Bresil". In 1915 behoorde hij ook toe tot één van de weinige verzetsgroepen van dat ogenblik en opereerde in de streek van Godinne. Door de bezettende overheid werd hij toen tweemaal veroordeeld. Hij verbleef respectievelijk 8 dagen en 3 weken in de gevangenis. Vanaf januari 1940 deed hij dienst als reserveluitenant in het XIIIe battalion G.V.C.E. en werd op 30 mei 1940 krijgsgevangen genomen. Hij verbleef in het kamp van Brasschaat tot zijn vrijlating op 10 juni 1940. Zijn normale werkzaamheden - een familie-export zaak Comexol, voornamelijk met de toenmalige kolonie Congo - kon hij niet verder zetten. Hij werd secretaris van het Nationaal Instituut voor Sociaal Dienstbetoon aan de Gezinnen der Militairen - N.I.S.D.G.M.- O.N.S.S.F.M.- Oeuvre National de Service Social aux Familles de Militaires. Hij hield zich ook bezig met het hergroeperen van militairen en jongeren, tot eind 1941, toen de bezetter deze vergaderingen verbood. In het midden van 1942 begon hij aan de organisatie van het plaatsen van joodse kinderen in de Homes van Eprave, Jamoigne, en Sugny. In 1943 was hij medestichter van de groep generaal Neefs, die het Koninklijk Paleis zou vernietigen , in geval van een Duitse terugtocht. Deze organisatie werd opgegeven na de deportatie van de Koninklijke Familie. Sinds 1943 hielp hij ook mee aan de uitbouw van een geheime inlichtingendienst. Gevangengenomen omwille van een zaak waar hij niets mee te maken had, verbleef hij in de St. Gillis- gevangenis van 10 januari tot 4 april 1944. In juli 1944 nam hij de directie op van het ‘Fonds Spécial Princesse Jean de Mérode’. 9 Dit fonds - met behulp van het Ministerie van Financiën - gaf een clandestiene betaling aan families van werkweigeraars, van personen die in Engeland verbleven enz. Tijdens de bevrijding nam hij actief deel aan de bevrijding van Leuven. Na de oorlog zetelde hij in het Consultief Comité der Gevangenissen. Dit comite moest haar advies geven voor een al dan niet toe te kennen genademaatregel voor incivieken. In dit comite heeft hij steeds blijk van oprechtheid en moed gegeven bij het verdedigen van kleine en grote gevallen. Hij was lid van diverse patriotische organisaties, zoals : - Nationaal secretaris van de UFAC 1940-45 - Schatbewaarder-secretaris van CNRCB - Lid van C.N.C.A.B en van de Etats Généraux des Anciens Combattants" - vertegenwoordiger van de oud-strijders in diverse commissies, zoals het C.C.G. en de Commissie Lebert (interministeriële Commissie belast met de studie van de situatie der oud- strijders.) - Lid van de “ Commission de contrôle pour Résistants civils" Daar er in de papieren nogal wat sprake is van de N.I.S.D.G.M. is het nuttig een kort overzicht te geven van deze organisatie1. Vooraf dient gezegd dat deze dienst reeds bestond in 1939 en als opdracht had in te springen - waar nodig was- bij familie van gedemobiliseerden. Tijdens de bezetting had de dienst- buiten de gekende officiele functie- een belangrijke klandestiene aktiviteit. Vanaf 11 juni 1940 kwamen een aantal officieren, soldaten en jongeren op straat op het Hoofdbureau te Brussel met de bedoeling die clandestiene aktiviteit te bevorderen. Op 1 augustus 1940 werd een autonome sectie opgericht: ASSISTRA, die voortdurend in contact stond met het Geheim Leger. De clandestiene activiteiten kan men onderverdelen in twee groepen : - de sporadische: verbergen van parachutisten, vluchtelingen, gezochte journalisten, enz. - de gecoördineerde: hieronder dient vermeld te worden: o de dienst A.A.A.: bescherming van joden en werkweigeraars o Speciaal fonds Princesse J. de Mérode, die betalingen deed o De kinderhome’s o De actie voor gevangen burgers De actie voor gevangen burgers werd sinds 1940 geleid door de vice-presidente van NISDGM, mevr. Derscheid en haar echtgenoot, gefusilleerd in 1943. 1 zie dossier Rhodius doos XII. G. RHODIUS, L'Oeuvre Nationale de Service Social Aux Familles de Militaires, Gembloux, sd, 138 p. 10
-
fr
Fonds d’archives décrit au niveau de la collection dans un inventaire papier historique. Les descriptions au niveau des pièces n’ont pas été établies lors de la numérisation.
-
de
Archivbestand, beschrieben auf Sammlungsebene in einem historischen Papierinventar. Einzelstückbeschreibungen wurden zum Zeitpunkt der Digitalisierung nicht erstellt.
-
en
Archival fonds described at collection level in a legacy paper inventory. Item-level descriptions were not created at the time of digitisation.
-
Identifier
-
47209285ba22c664