BELGIE IN DE PERIODE 1830-1839 1 CENTRE D'HISTOIRE MILITAIRE ____________ CENTRUM VOOR MILITAIRE GESCHIEDENIS ____________ INVENTAIRES INVENTARISSEN 3 _____________________________________________________________ RICHARD BOIJEN Vorser ___ INVENTARIS VAN HET ARCHIEFFONDS "BELGIE IN DE PERIODE 1830-1839" MUSEE ROYAL DE L'ARMEE Cinquantenaire 3 B - 1040 BRUXELLES KONINKLIJK LEGERMUSEUM Jubelpark 3 B - 1040 BRUSSEL - 1979 - Wettelijk Depot: D/1979/935/1 2 INLEIDING De vereniging Van België met de Noordelijke Nederlanden onder koning Willem I, een product van de grote mogendheden na het ineenstorten van het Napoleontische Frankrijk, vertrok reeds onder een ongunstig gesternte. De koning had alle moeite om de grondwet te laten goedkeuren, hoofdzakelijk door het verzet in het zuiden, en kon zich slechts met geknoei uit de slag trekken ("arithmétique hollandaise"). De katholieke kerk wantrouwde de protestantse vorst met zijn godsdienstvrijheid, terwijl de taalpolitiek van koning Willem I, ingegeven door zijn anti:"Franse gezindheid, eveneens het nodige kwaad bloed zette. Hierbij kwam dan nog dat de twee traditioneel tegengestelde richtingen elkaar vonden. De toenmalige liberalen, die minder anti-clericaal waren dan de ouderen, die nog de bevoorrechte positie van de kerk in het ancien regime gekend hadden, plaatste de persoonlijke vrijheid boven alles en zag in de absolute macht van de koning een even groot gevaar als in de bevoorrechte positie van de kerk. Ook bij de jongere katholieken was een kentering waarneembaar: zij ijverden niet meer voor die bevoorrechte kerk of voor een overwicht van de kerk, maar hunkerden naar een scheiding tussen kerk en staat. Beide richtingen groeiden naar elkaar en sloten in 1828 het Monsterverbond of l'Union des Oppositions. Koning Willem I deed nu enkele toegevingen, maar bleef stug op het gebied van persvrijheid en staatshervorming. Het aanhouden van enkele journalisten wekte nog meer verbittering. Het werd nu stilaan duidelijk dat het "amalgaam" van 1814/15 ten dode opgeschreven was. De Parijse julirevolutie van 1830, waardoor koning Karel X gedwongen werd tot troonsafstand ten voordele van Louis-Philippe van Orléans, die nu grondwettelijke koning werd, maakte in Brussel diepe indruk en verhoogde nog de oproerige stemming, vooral bij de kleine man, die hard getroffen was door werkloosheid en door een mislukte oogst, waardoor hij met grote materiele moeilijkheden te kampen had. De opvoering op 25 augustus 1830 ('s konings naamfeest) van de opera van Daniel Auber, La Muette de Portici, met als "gevaarlijk" gegeven een fragment uit de Napolitaanse opstand tegen Spanje in 1647, was de artistieke vonk, die het politieke kruitvat deed ontploffen. Het stuk gaf aanleiding tot betogingen en straatrumoer, waarvan gebruik gemaakt werd om te plunderen en fabrieken te beschadigen, wat nochtans geen politieke revolte leek aan te kondigen. De burgerij, bevreesd voor have en goed, vormde een eigen wacht (garde bourgeoise) o.l.v. Emmanuel van der Linden d'Hoogvorst en zou de orde herstellen. De daaropvolgende weifelende en onhandige houding van de koning zou leiden tot de definitieve breuk. Prins Willem, oudste zoon van de koning, werd met een leger van 6000 man naar Brussel gezonden. Uit vrees voor botsingen liet de prins het leger achter te Vilvoorde en kwam onder geleide van de burgerwacht naar Brussel. Daar liet hij zich overhalen om bij zijn vader een suggestie van enkele notabelen te verdedigen, die de bestuurlijke scheiding op het oog hadden. De koning weigerde echter en liet enkele dagen verlopen. Toen op 8 september de Belgische leden van de Staten-Generaal naar Den Haag vertrokken om alsnog een vreedzame regeling te vinden, maakte Gendebien, Van de Weyer, Felix de Mérode en anderen hiervan gebruik om een Commissie voor Openbare Veiligheid op te richten. Op 15 september stichtten de vooruitstrevenden, gestuwd door Rogier, een Réunion centrale, een echt revolutionair centrum. De anarchie nam nog toe, toen op 20 september het volk zich van het stadhuis meester maakte, de garde bourgeoise ontwapende, de Commissie voor Openbare Veiligheid ontbond en deleiders hiervan op de vlucht joeg. Diezelfde dog zond de koning zijn tweede zoon, Frederik-Willem, met een leger naar Brussel om de stad militair te bezetten. De troepen liepen echter op verzet ven de oproerlingen en nomen in de Warande 3 een defensieve stelling in, wat weerklank vond in het ganse land, waaruit nog meer don voorheen vrijwilligers toestroomden. De notabelen keerden terug en riepen een Voorlopig Bewind uit voor de Belgische Provinciën (25 september). In de nacht van 26 op 27 september ontruimden de Hollanders de stad. Op uitzondering van de vesting Antwerpen verlieten ze de zuidelijke provinciën en de 4e oktober riep het Voorlopig Bewind de Belgische onafhankelijkheid uit. De ineenstorting ven het door de mogendheden opgerichte Koninkrijk der Nederlanden was uiteraard een internationale kwestie. De conferentie van de grote mogendheden (Frankrijk, Groot- Brittannië, Pruisen, Oostenrijk en Rusland) op 4 november 1830 kon echter niets anders don zich neerleggen bij het voldongen feit. Pruisen, Rusland en Oostenrijk waren wel tot interventie geneigd, maar waren daartoe niet bij machte. Op 3 november, daags voor de conferentie der grote mogendheden, was in België door cijns- en capaciteitskiezers een Nationaal Congres verkozen. Op 4 miljoen inwoners had den er slechts 46.000 stemrecht en hiervan maakten don nog maar een goede 30.000 gebruik. Op 23 november 1830 werd Oranje voor eeuwig vervallen verklaard van de Belgische troon. De mogendheden beschouwden de maatregel als fransgezind. Daarom legden ze België het protocol van 20 december op, waardoor koning Willem het groothertogdom Luxemburg behield met de vesting, die nog steeds, zoals sinds 1815 het geval was, zoo bezet worden door troepen van de Duitse bond. België kreeg eveneens de verplichting tot eeuwige neutraliteit. Het protocol werd in België slecht. onthaald, wat ten dele de neiging naar Frankrijk verklaart, waar de hertog van Nemours, tweede zoon van koning Louis-Philippe, aangezocht werd om Belgisch koning te worden. Het veto van Groot-Brittannië verijdelde het. Om uit de impasse te komen werd gewerkt aan een compromis. Koning werd de verengelste prins Leopold van Saksen-Coburg- Gotha, weduwnaar van de Britse kroonprinses Charlotte. Het Frans akkoord zou bereikt worden door het huwelijk van prins Léopold met de Franse prinses Louise-Marie. Hiermee nomen de mogendheden vrede en op de Londense conferentie op 26 juni 1831 kreeg België interessanter voorwaarden. Het Verdrag der XVIII artikelen bepaalde, dot Luxemburg en Limburg verdeeld zouden worden evenals de staatsschuld. België aanvaardde en op 21 juli 1831 legde Koning Léopold I de grondwettelijke eed of. Willem I weigerde akkoord te gaan en viel enkele dagen later, op 2 augustus de Kempen binnen. Het Hollandse leger behaalde gemakkelijke overwinningen: op 8 augustus werd het Maasleger o.l.v. generaal Daine verslagen te Hasselt, op 12 augustus het Scheldeleger o.l.v. generaal de Tiecken de Terhoven. De nederlaag van het Maasleger leidde tot een onderzoek naar de "verraderlijke" (?) praktijken van generaal Daine. Op aandringen van koning Léopold I kwam Frankrijk ter hulp en de Franse troepen o.l.v. maarschalk Gérard dwongen de Hollanders te Waver tot een wapenstilstand. Het Belgische prestige kwam echter geschokt uit de tiendaagse veldtocht. België bleek te zwak en te afhankelijk van Frankrijk. Het gevolg was een nieuwe overeenkomst. Het verdrag der XXIV artikelen (31 oktober 1831) voorzag een herverdeling van Limburg en Luxemburg, nu echter in het voordeel van Nederland, een Scheldetol en het betalen van een jaarlijkse rente van 8.400.000 gulden als deel van de openbare schuld. Op 15 november 1831 stemden de Belgen ermee in. Willem I bleef wei geren, ook nadat Groot-Brittannië overgegaan was tot een blokkade van de Nederlandse kust en Franse troepen o. I. v. maarschalk Gérard de Hollanders o. I. v. generaal Chasse uit de vesting Antwerpen verdreven haaden (december 1832). Ontevredenheid in eigen land verplichtte Willem I er nochtans toe de wapenstilstand te aanvaarden tot er een voor hem voordeliger regeling getroffen zoo worden. In 1839 echter aanvaardde hij gons onverwacht de XXIV artikelen, wat voor België een onaangename verrassing was. Sinds 1830 waren de Belgen gewoon geweest gans Limburg en Luxemburg tot hun grondgebied te rekenen. Onder druk der mogendheden zog de Kamer der Volksvertegenwoordigers zich genoodzaakt het verdrag te aanvaarden. Het werd goedgekeurd met 58 tegen 42 stemmen. Op 19 cprill839 werd de definitieve tekst ondertekend en werden de Belgische onafhankelijkheid en neutraliteit bekrachtigd. 4 De documenten uit het fonds bevatten hoofdzakelijk een schat aan gegevens betreffende de militaire toestand. We vinden hier niet alleen stukken betreffende de tiendaagse veldtocht, de Franse interventie en het beleg van Antwerpen, moor eveneens de papieren van diverse generalen (Daine, Mellinet, Capiaumont.. .), de briefwisseling van generaal Buzen, projecten voor het organiseren yan het Belgische leger, oprichting en ontstaan van diverse regimenten. Buiten deze militaire documenten bevinden zich hier nog stukken met betrekking op de conventie van Zonhoven, het Voorlopig Bewind, alsmede een reeks drukwerken en aanplakbrieven. In sommige gevallen werd de tijdsgrens 1830-1839 overschreden. Wij hebben nuttig geacht sommige stukken bij een te houden in plaats van ze te verspreiden over andere fondsen. Andere documenten van latere datum, die betrekking hebben op de gebeurtenissen uit de periode 1830- 1839 werden uiteraard in het fonds bijeengebracht. Achteraan bevindt zich naast de index, een korte biografie van de belangrijkste officieren, die in het fonds voorkomen. De schrijfwijze verschilt echter in de diverse documenten. In zoverre mogelijk werd de zgn. officiële schrijfwijze genomen, zoals ze in de stamboeken werd genoteerd. Voor de plaatsen werd de streeknaam gebruikt : Liège blijft Liège en niet Luik. 5 BEKNOPTE BIBLIOGRAFIE BUFFIN, C. Mémoires et documents inédits sur la Révolution belge et La campagne des dix jours. Brussel, 1912. COLENBRANDER, H. T. De Belgische omwenteling. Den Haag, 1936. IDEM. DEMOULIN, R. Willem I, koning der Nederlanden. Amsterdam, 1931-1934. Documents relatifs à la Révolution beige de 1830. (Bulletin van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, XCLIX, 1935). IDEM. Les journées de septembre 1830 à Bruxelles et en province. luik, 1934. IDEM. . du BUS de WARNAFFE, C. en BEYAERT, C. La révolution de 1830. Brussel, 1950. Le congrès national. Biographies des membres du congrès national et du gouvernement provisoire, 1830-1831. Brussel, Parijs, 1930. GERRETSON, C. Muiterij en scheuring 1830. 2 dln.,Antwerpen, 1936. LECONTE, J. R. Le général Daine a-t-il trahi en 1831? Brussel, 1938. LECONTE, L. Les éphémères de la Révolution de 1830. Brussel, 1946. MARTINET, A. Léopold ler et I'intervention française en 1831. Brussel, 1905. IDEM SMIT, C. La seconde intervention française et le siège d'Anvers, 1832. Brussel, 1908. De conferentie van Londen. Het vredesverdrag tussen Nederland en België van 19 apri1 1839. Leiden, 1949. VAN KALKEN, H. Histoire du Royaume des Pays-Bas et de la Révolution de 1830. Brussel, 1910. WILLEQUET, J. 1830. Naissance de l’Etat belge. Parijs, 1945. 6